Een dichtregel, de gevleugelde woorden: ‘Ik ging naar Bommel om de brug te zien’. Sinds 1934 is het sonnet ‘De moeder de vrouw’ van Martinus Nijhoff (1894-1953) een moeilijk weg te denken ijkpunt en een anker in de Nederlandse poëzie. Het vers maakte school en kreeg een plaats tussen de moderne klassieken. Het sprak aan door de heldere beelden van de zingende vrouw, stoer bij ’t roer en de nieuwe brug die overkanten in het laagland
verbindt.
De dichtkunst ná Nijhoff draagt er de duidelijke sporen van in ruime…





