In de winter van 1795 ondernamen twee Nederlanders een diplomatieke vriendschapsmissie naar de Chinese keizer Qianlong, onder wiens leiding China was uitgegroeid tot een zeer welvarend land en een serieuze concurrent van het Westen. De kans op succes leek gering: twee jaar eerder was een soortgelijke Engelse missie pijnlijk mislukt en was de relatie met China ernstig bekoeld.
Na een barre tocht arriveerden Isaac Titsingh en Andreas van Braam Houckgeest precies op tijd voor de viering van het zestigjarige reg…





